“Na een seculiere instelling koos ik bewust voor Adullam.”
"Klazina, jij moet de psychiatrie niet in gaan, jij bent echt een zorg-type,” zei een leraar op het Saldenus College jaren geleden tegen Klazina Bloed, verpleegkundige bij Adullam. En het is waar. Klazina’s hart ligt in de zorg, met name in de zorg voor mensen met een beperking. Nadat ze 21 jaar ‘eruit’ is geweest, start ze bij Adullam als reservist. De papieren heeft ze al, dus diploma’s halen hoeft niet meer. Ze kan zo aan de gang. Inmiddels heeft ze een vast contract.

“Toen corona kwam, zag ik overal advertenties dat mensen in de zorg nodig waren. Dat prikkelde me. Mijn kinderen werden groter, er ontstond ruimte voor andere dingen. Ik wilde graag weer zorgen voor beperkte mensen, maar dan wel in een reformatorische instelling. Niet in een seculier huis. Het is heel erg dat deze mensen met andere gaven beperkt zijn geworden door de zondeval. Wat is het dan bijzonder mooi om voor hen te zorgen. Ze zijn met hun beperking zo gelukkig in hun kleine wereldje. De zorgen van de tijd bezetten hen niet. Als je dan ziet wat een plakje cake bij de koffie op zondag hen voor dankbare reacties ontlokt, dat is mooi.”

Prachtige gesprekken
Waarom niet terug naar de seculiere instelling waar ze als twintiger ook al werkte? “Ik zie de waarde van een reformatorische instelling. Veel meer dan vroeger, besef ik dat deze mensen een ziel hebben voor de eeuwigheid. Ook zij moeten een keer sterven.”
“En de invulling van de zondag is anders. Ook al kunnen we ’s avonds niet altijd een tweede keer naar de kerk, dan houden we zelf op de groep een mini-kerkdienst. Het is zo mooi om met deze bewoners Bijbel te lezen, te bidden en stil te staan bij een Bijbelhoofdstuk. Daar ontstaan soms prachtige gesprekken uit.”
“Zo had ik het boekje ‘Jessica’s eerste gebed’ een keer voorgelezen.
Ik stelde mijn cliënten de vraag:
‘Stel nu dat jij in de kerk zou zitten en er zou een vieze zwerver naast je plaats nemen? Wat zou jij zeggen?’
‘Eruit!’ zei een van de bewoners fel.
‘En wat zou de Heere Jezus zeggen?’
‘Kom maar binnen,’ was het antwoord.
‘Dus wat moeten wij nu doen?’
‘Ook zeggen: ‘Kom maar binnen’.
“Ik kan boeken schrijven over de gesprekken die ik heb met bewoners. Ik vind het prachtig.”

“Ik ervaar ook sterk verschil tussen een seculiere en een reformatorische instelling in de manier van hoe de familie rondom de cliënt staat. De betrokkenheid is hier veel groter, dat is opvallend, maar ook fijn.”

Mogelijkheden benutten
“Werken bij Adullam geeft me ontzettend veel voldoening. Ik zie onze cliënten als mensen die ik probeer een volwaardig menswaardig bestaan te geven. Niet als personen die mogelijk agressief kunnen worden. Zo goed mogelijk benutten we hun mogelijkheden en zoeken we naar een zinvolle daginvulling. Deze gedachte is sterk doorgedrongen in Adullams zorgvisie. We proberen voor ieder persoonlijk te zorgen voor een zinvolle dagbesteding. Soms zit ‘m dat in kleine dingen. Een van onze bewoners houdt van lekker eten. Hij hoeft maar iets te ruiken of hij gaat zoeken waar het vandaan komt. Nu geven we hem tijdens het koken een plekje in de keuken. Hier wordt hij heel alert van. Zo voorkomen we cliënten wegzaken in passiviteit. Dat hoeft helemaal niet. En je krijgt er wat voor terug. Dat moet je niet zoeken in grote zaken. Maar een spontane lach van iemand kan me raken. Dan denk ik: Ik heb je bereikt.”

Persoonlijke aansluiting
“Soms schakelen we externe professionals in om optimaal aan te kunnen sluiten bij ieders behoeften. Zoals bij rouwverwerking in coronatijd toen vier bewoners ons in anderhalve week ontvielen en de helft van het team ziek was. Deze gebeurtenis greep diep in, zowel onder begeleiders als onder cliënten. Ik ben gehecht aan deze bewoners. Hen dan ineens te moeten missen zonder dat je afscheid hebt kunnen nemen, dat is zwaar. Ook onze bewoners viel het zwaar. Sommigen begrepen het niet, ineens was iemand er niet meer. Hier zie je de meerwaarde van een reformatorische instelling. We hebben toen samen met een orthopedagoog gekeken naar hoe we rouwverwerking het beste vorm konden geven. Dat vereist zorgvuldige doordenking. We hebben een gedenkplek ingericht in de kamer, met foto’s van de overledenen en voorwerpen die ze vaak bij zich hadden. Een knuffel, een eigen beker, dat soort dingen. Zo konden bewoners naar deze persoonlijke spullen kijken en konden wij uitleggen dat ze overleden waren. Voor een beperkte tijd was het nuttig. Daarna hebben we de kamers van de bewoners leeggemaakt en opgeruimd. Toen was het afgesloten voor hen.”

Ambities op de groep
“Ambities om door te groeien binnen Adullam heb ik niet, hoewel er mogelijkheden genoeg zijn. Graag zou ik voor deze cliënten blijven zorgen. Ik geniet ervan om op de groep te zijn. Hier kan ik mijn ei kwijt.”
“Wat ik sterk vind aan Adullam is de ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Zo is bijvoorbeeld mijn BIG-registratie verlopen, maar dankzij bijscholing kan ik toch medische handelingen blijven uitvoeren.”
Wil je ook werken bij Adullam? Wil jij een rol spelen in de verzorging en begeleiding van mensen met een beperking? Heb jij aandacht voor de mogelijkheden en het ontplooien van talenten van je medemens? Vind je het belangrijk om identiteitsgebonden zorg te verlenen? Bekijk onze vacatures